Deze website is in opbouw.

Ben van der Velden, Texel, 10 oktober 2009

Ben van der Velden

  • Periode: 1946 t/m 1956
  • Archiefinstelling: Natuurhistorisch Museum Rotterdam, Rotterdam
  • Locatie: Nederland maar in het bijzonder IJsselmonde, de opspuitterreinen ten westen van Waalheven, het Brielse Gat en De Beer
  • Soorten: gehele avifauna

 

  • Inleiding

Gerard Ouweneel ontving na het overlijden van betrokkene in 2012 diens excursiedagboeken en leidde deze door naar ’het Natuurhistorisch Museum Rotterdam in Rotterdam. Met de bewuste dagboeken als basis verscheen in 2016 in het tijdschrift het Vogeljaar een artikel getiteld ‘Mijmeren boven oude vogeldagboeken’, zie onder Downloads.

 

  • Archiefbeschrijving

Dagboeken vogelexcursies over de periode 1946 t/m 1956 alsmede enkele foto’s van excursiegenoten.

 

  • Downloads

 

Gerard Ouweneel, Mijmeren over oude vogeldagboeken, het Vogeljaar jrg. 64, nr. 2, 2016, p. 76-83
PDF – 380,6 KB 15 downloads

 

  • Over de archiefvormer

 

uit: K.H. Voous, In de ban van vogels, Uitgeverij Scheffers, 1995. [18.V.1993], met aanvullingen door Gerard Ouweneel, met wie betrokkene veel optrok.

 

Van der VELDEN, Bernardus, 20 april 1932 – 11 april 2012. Procuratiehouder van groothandel in ruwe tabak, vogelwaarnemer. Ben van der Velden groeide op in Rotterdam, deed mulo-examen in 1949 en werkte sindsdien tot 1982 bij een groothandel, in ruwe tabak in Rotterdam, waar hij opklom tot procuratiehouder. Daarna was hij medewerker en later mede-aandeelhouder van een tabakshandel in Baarn. Vanaf 1962 woonde hij in Hendrik-Ido Ambacht.

Zijn belangstelling voor vogels werd door zijn ouders gestimuleerd met het determineerboek Zien is kennen (1937 dat hij in 1943 ontving en het meest romantische werk van Nol Binsbergen Uit Neerlands Vogelleven (1941). Deze boeken hebben hem over een andere onbestemde jeugd heen geholpen. Weldra ging hij samen naar vogels kijken met zijn achterneef Gerard L. Ouweneel en zijn  overbuurjongen Luuk J., Draaijer. De excursiegebieden lagen aanvankelijk op het toen nog landelijke IJsselmonde met in de eerste plaats de uitgestrekte opspuitterreinen die zich vanaf Waalhaven uitstrekten tot aan Hoogvliet. Met zijn vrienden bezocht hij regelmatig De Beer op het eiland Rozenburg, Voorne’s Duin en de Biesbosch. Zijn vogeldagboeken ten aanzien van met name de nu verdwenen De Beer en de opspuitgebieden op IJsselmonde zijn nu waardevol. Voorts leerden Van der Velden en diens vriendenclub de wat oudere ook uit Rotterdam afkomstige Simon de Waard kennen, aan wie ze nesten toonden en geschikte plaatsen aanwezen voor zijn foto- en filmwerk. Zelf ging hij vanaf 1954 met een Eumig 8 mm. smalfilms maken met verdienstelijke vogel- en landschapsopnamen van de excursieterreinen rond Rotterdam, de Biesbosch en De Beer.

Het enthousiasme voor zeevogels bracht hem tot op het eiland Skokholm voor de kust van Wales, waar hij in 1959 zelfs als ‘assistent-warden’ aangesteld werd. In die begintijd ontdekten zij op De Beer een Steppenvorkstraatplevier (Ardea 42 (1954); 343-345), in 1955 een Amerikaanse Snowy Egret Egretta thula en in 1956 een Kleine Zilverreiger (Ardea 44 (1956): 294-295. In 1959 stelde hij met de amateurfotograaf J.J. Japin op een zandplaat bij Goeree (Scheelhoek) het eerste broedgeval van een paar Zwartkopmeeuwen in Nederland vast (Limosa 32 (1959): 183-185). Met zijn vrienden was hij ook actief met ringwerk, aanvankelijk in de omgeving van Rotterdam-Zuid (weidevogels), later ook met mistnetten in de begroeide duintjes aan de zuidkant van De Beer.

Na een onderbreking, gedurende welke hij zich meer speciaal aan zijn gezin en werk wijdde, heeft hij in de jaren 1980 het vogels waarnemingen weer opgevat. Met Ouweneel telde hij en inventariseerde hij Roodkeelduikers, Grauwe Ganzen en Gele Kwikstaarten op de Zuid-Hollandse eilanden en zag hij in februari 1990 de Ivoormeeuw bij Stellendam. Voorts maakte hij een tocht met de ‘Plancius’ langs de Schotse zeevogeleilanden. Later maakte hij ook een reis naar Jan Mayen en Spitsbergen. Wederom met Ouweneel maakte hij een vogelreis naar Zuid-Afrika inclusief een pelagische tocht vanuit Kaapstad. Ook deed hij de Atlantic Odyssee, maakte hij een vierwekelijke vogelreis naar verschillende bestemmingen in Australië. Een vogelreis naar verschillende bestemmingen in Nieuw-Zeeland voerde ook langs de subantarctische eilanden Auckland, Campbell, Macqaurie en de Snares. Op de eerste drie werd ook aan land gegaan.

Van der Velden schreef een paar aardige bijdragen in het blad Sterna en hij maakte deel uit van de redactie van Tussen Haringvliet en Grevelingen. De vogels van Goeree-Overflakkee. Hij was actief in het kerkelijk leven van zijn woonplaats, o.a. als ouderling-kerkvoogd van de Nederlands Hervormde Kerk. Met de door hem gemaakte 8 mm films heeft hij vanaf de jaren 1950 getracht de strenge geloofsgemeenschappen van de Zuid-Hollandse eilanden tot meer gevoel voor verantwoordelijkheid ten aanzien van de natuur te bewegen.

 

Ouweneel G.L. 2007, Eierverzameling, Sterna 52:44-45.

Ouweneel G.L. 2016, Mijmeren boven oude vogeldagboeken. het Vogeljaar 64(2):76-83.