Deze website is in opbouw.

Frans Kooijmans, de Beer, 1955.

Frans Kooijmans

 

  • Archiefvormer: Frans P.J. Kooijmans
  • Periode: circa 1925 – 1997
  • Archiefinstellingen: Nederlands Fotomuseum Rotterdam. Heimans & Thijsse Stichting in Amsterdam, Familie Kooijmans
  • Locatie: Geheel Nederland met in de eerste plaats De Beer en de duingebieden rond Den Haag
  • Soorten: Lachstern, kustbroedvogels van De Beer, Morinelplevieren, veel andere vogelsoorten. Grote serie landschapsfoto’s van De Beer gemaakt tussen 1930 en 1950
  • Bron: Glasfoto's en fotonegatieven, vogeldagboeken, foto-apparatuur

 

  • Inleiding

Na het heengaan van betrokkene in 1997 belandde het fotografisch oeuvre door toedoen van de familie en met R. Vlek en G.L. Ouweneel als tussenpersonen in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Daar maakten door Kooijmans (Kooij) gemaakte foto’s meerdere malen deel uit van historische vogelfoto-exposities. De collectie omvat ruim 6500 negatieven en glasfoto’s. Deze werd geheel geïnventariseerd en beschreven. Zie onder Links.

 

  • Archiefbeschrijving

Afgezien van de grote collectie negatieven en glasplaten van vogelfoto’s bestaat het archief uit een door Kooij zelf geconstrueerde telelens, een kano die Kooij bij zijn vogelexpedities  in binnen- en buitenland gebruikte en veel kaarten. Deze zaken zijn in handen van de familie, alsook series foto’s, negatieven en glasplaten en vogeldagboeken over de periode 1931-1950. Kooijmans oudste zoon wijlen Roald maakte van deze dagboeken een circa 170 pagina’s tellend uittreksel. Mede aan de hand van dit uittreksel stelde Gerard Ouweneel een rijk met Kooijmans-foto’s geïllustreerd boekje samen. De Heimans & Thijsse Stichting beheert een bescheiden archief met Kooijmans-archivalia. Zie voor de archiefbeschrijving van de hand van Ed Buijsman en Gerard Ouweneel onder Downloads.

 

Telekanon, gebouwd door Frans Kooijmans

  • Downloads
Inventarisatie Archief Frans Kooijmans
PDF – 349,2 KB 43 downloads
  • Links

 

  • Ornithologische betekenis

Uit K.H. Voous, 1995. In de ban van vogels. Uitgeverij Scheffers, Utrecht. [5 X 1989] met bijdragen uit

- Kooijmans R. 2007-2010, Een Haagse vogelaar, Twintig jaar uit het leven van Frans Pieter Johannes Kooijmans, Intern rapport.

- Ouweneel G.L., 2016, Een Haagse vogelaar, Het leven van Frans P.J. Kooijmans, Uitgeverij Liverse, Dordrecht.

KOOIJMANS, Frans Pieter Johannes, 23 september 1907 – 24 december 1997. Tekenaar, fotograaf en technisch hoofdambtenaar bij de Gemeentelijke Dienst Stadsontwikkeling van Den Haag en vogelfotograaf. Frans Kooijmans, alias Kooij, werd geboren te Dordrecht en groeide op in Den Haag., waar hij in de jaren rond 1925-1930 behoorde tot hert groepje jonge vogelaars rond de leraar G.J. Tijmstra. Tot deze jeugdige Club van Haagse Trekwaarnemers behoorden voorts G. van Beusekom, Piet J. Bouma, Niko Tinbergen, Karel Waldeck en vanaf 1930 ook de veel jongere Jan -Joost ter Pelkwijk alsmede Tijmstra’s dochter, bekend als Pop. Met deze en andere bekende vogelaars uit die tijd, zoals Ger J. Broekhuysen en Wim H. van Dobben, maakte hij tochten door het hele land, maar bovenal langs het strand van Hoek van Holland tot Scheveningen en naar het toenmalige Kroondomein De Beer. Met Van Dobben trok hij ook naar Scandinavië. In 1933 maakte hij samen met Ter Pelkwijk een avontuurlijke reis naar Angmaggsalik, Oost-Groenland, met de enige jaarlijkse boot vanuit Kopenhagen (Kooijmans 1984). Op Groenland werden zij door Niko Tinbergen ontvangen, die daar met zijn vrouw een jaar verbleef (1932-1933). Met Niko Tinbergen zou Kooijmans diens hele leven bevriend blijven.  

Kooijmans was toen reeds een bekwaam vogelwaarnemer, maar allereerst amateurvogelfotograaf, die met zijn zelf gebouwde telecamera van indrukwekkende lengte en omvang, voor zijn tijd wonderbaarlijke foto’s maakte van tenminste 170 Nederlandse vogelsoorten. Zijn foto’s zijn in talrijke tijdschriften en boeken gereproduceerd, onder meer in het boek over De Beer van Van Beusekom et al. (1930), Nachtvogels van Hans Warren (1949), de Atlas van Europese Vogels van K.H. Voous (1960) en Een eersteklas landschap van Ed Buijsman (2007) over de ondergang van De Beer. Met Niko Tinbergen voelde Kooij zich geroepen gehoor te geven aan Thijsses verzuchting om ten aanzien van de vogelfotografie een nieuwe weg in te slaan in plaats van foto’s van vogels op nesten en bij badjes. Voor de pioniersresultaten die hij boekte bij de vogelfotografie werd Kooij op 6 november 1935 in het Natural History Museum in Londen een award toegekend. Zijn foto’s vonden ook hun weg in het buitenland, in Engeland onder meer in Country Life, Nature in the Wild en Wonders of Wildlife Photography.

Vaak vertoonde hij zijn foto’s op de bijeenkomsten van de Club van Nederlandse Vogelkundigen. Waarschijnlijk als eerste fotografeerde hij in Nederland de IJseend, Morinelplevier, Paarse en Gestreepte Strandloper, Kanoetstrandloper, Grote Burgermeester, Vorkstaartmeeuw en Dwergmeeuw. Vooral het vliegbeeld van de Vorkstaartmeeuw in eerste winterkleed, opgenomen op 13 december 1929 aan de mond van het Verversingskanaal in Scheveningen heeft veel aandacht getrokken en is herhaaldelijk afgedrukt (onder meer in Ardea 19(1930), James Fisher & R.M. Lockley, Seabirds (1954:plaat XXX) en in Dutch Birding 17 (1995:plaat 9). De desbetreffende glasplaat is in handen van de familie gebleven. Kooijmans heeft ook nieuwe broedgevallen van de Lachstern in Nederland in 1949 op de Beer fotografisch vastgelegd (Limosa 22, 1949).

Met o.a. Niko Tinbergen en Van Dobben ging Kooij al in 1928 voor het eerst naar Schouwen-Duiveland, een bestemming waar hij sindsdien regelmatig zou blijven komen, waarbij hij niet zelden gebruikmaakte van het luchtlijntje dat de KLM onderhield tussen Rotterdam Waalhaven en Haamstede. Op Schouwen raakte hij bevriend met Johannes Vijverberg, als Kooij een gepassioneerd vogelfotograaf.           

Kooijmans heeft ook deelgenomen aan het werk van het Vogelringstation Meyendel in de duinen van Wassenaar en heeft over de daar gedane ringvangsten van een Wilgengors en een Kortteenleeuwerik in Limosa gepubliceerd. Beide waren de tweede waarnemingen voor Nederland (J.H. Klatte & Kooijmans 1972, Kooijmans en H.P. van der Meer 1979).

Kooijmans was tot op hoge leeftijd actief. Hij was door zijn enthousiasme, humor, fotografie en historische kennis de Nederlandse ornithologen tot grote steun.

Biografieën

Kooijmans F.P.J. 1984, Zo, hebben jullie je verslapen…, Vogels 4(23):158-161.

Kooijmans F.P.J. 1986, Er was eens…, Het Vogeljaar 40:201.

Kooijmans R. 2007-2010, Een Haagse vogelaar, Twintig jaar uit het leven van Frans Pieter Johannes Kooijmans, Intern rapport.

Ouweneel G.L. 1997, Frans Kooijmans overleden, het Vogeljaar 46:41-43.   

Ouweneel G.L. 2016, Een Haagse vogelaar, Het leven van Frans P.J. Kooijmans, Uitgeverij Liverse. Dordrecht.