Deze website is in opbouw.

 

  Gerrit Wolda

 

  • Periode: Manuscript 1943; publicaties 1932-1936
  • Archiefinstelling: Naturalis BC
  • Locatie: n.v.t.
  • Provincie: nv.t.
  • Soorten: Buizerd, Sperwer, Nachtzwaluw, Draaihals, Boerenzwaluw, Heggemus, Roodborst, Gekraagde Roodstaart, Paapje, Merel, Waterrietzanger, Goudhaan, Winterkoning, Koolmees, Zwarte Mees, Pimpelmees, Kuifmees, Staartmees, Boomklever, Boomkruiper, Gaai, Zwarte Kraai, Spreeuw, Wielewaal, Vink, Groenling
  • Bron: Ongepubliceerd manuscript

 

  • Inleiding

Dit archief betreft een origineel en waarschijnlijk ongepubliceerd manuscript van Gerrit Wolda (GW). De titel is Een blik in het leven van Vogels en Menschen. Gedateerd februari 1943, Oosterbeek. Uit de opbouw van de tekst en de verwijzing naar tientallen figuren blijkt dat het zeer waarschijnlijk de bedoeling was om het manuscript te publiceren maar naspeuringen hebben daarover niets opgeleverd.

 

  • Archiefbeschrijving

Het archief bestaat uit (de hoofdtekst van) het manuscript van 191 pagina’s, deels handgeschreven en deels uitgetypt. Er is een bijlage bij, getiteld Het Veerenkleed, van 17 pagina’s, zie onder Downloads. Omdat de hoofdtekst in een heel kwetsbare staat verkeert en daardoor moeilijk te digitaliseren, heeft de Werkgroep Ornithologisch Erfgoed (WOE) in de persoon van Joost van der Elst een samenvatting van de hoofdtekst gemaakt wat het geheel comprimeert tot twaalf pagina’s; zie onder Downloads.

De hoofdtekst verwijst naar tenminste 67 figuren en diagrammen, maar deze ontbreken. Omdat het manuscript door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is aangeleverd aan Rinus van der Plas (RvdP) te Wageningen en door hem aan de WOE, deed RvdP navraag bij het CBS maar zonder resultaat. Eén diagram is los bijgevoegd; die konden wij traceren als behorend bij hoofdstuk 11. Zie onder Downloads.

 

  • Ornithologische betekenis

Het archief is een aanvulling op het materiaal van Wolda dat al bij Naturalis BC aanwezig was en het is een verdieping van de informatie die K.H. Voous geeft (zie “Over de archiefvormer”).

Omdat GW zijn veldwerk verrichtte in de periode 1918 – 1943, geeft het archief een goed beeld van de pogingen die in breder verband na 1920 gedaan werden om het gedrag van vogels en daaraan gerelateerde aspecten te ontrafelen.

 

  • Downloads

 

    2021 02 23 Joost van der Elst, Beschrijving manuscript G. Wolda
    PDF – 19,2 MB 74 downloads
    Gerrit Wolda, Het Veerenkleed, Bijlage rapport
    PDF – 12,9 MB 68 downloads
    Gerrit Wolda, Staafdiagram Pimpelmees, 1933, Hoofdstuk 11
    PDF – 700,6 KB 68 downloads
    Verwijzingen naar publicaties G. Wolda in Brouwer, 1954
    PDF – 1,3 MB 70 downloads

     

    • Over de archiefvormer

    uit: K.H. Voous, In de ban van vogels, Uitgeverij Scheffers, 1995. [26.VIII.1992]

    WOLDA, Gerrit, 3 februari 1869 - 16 augustus 1949, leraar wiskunde, "toegepast" ornitholoog, nestkastpionier, fenoloog en vogelbeschermer. Aan de beschrijving van G.A. Brouwer (1954: 116-117) van leven en werken van deze veelzijdige Wageningse denker, maar eenzijdige ornitholoog, die sinds 1910 het verloop van duizenden legsels in nestkasten, opgehangen in bossen van de Veluwezoom, heeft geregistreerd en in 1920 als de eerste ornitholoog bij de Plantenziektekundige Dienst (PD) te Wageningen werd aangesteld, kunnen de volgende gegevens worden toegevoegd.

    (1) Een appreciatie geschreven door zijn opvolger bij de Plantenziektenkundige Dienst, H.N. Kluijver (1967); (2) Beschouwingen over Wolda's rol in het conflict van het bestuur van de Nederlandsche Ornithologische Vereeniging (NOV) met de nut en schade onderzoekende fantasierijke jager J.J. Luden in 1920-1921 (Altink 1988 en Ardea 10 (1921): 45); en (3) Opmerkingen in de biografie van Kluijver, met name daar, waar Kluijver zich distancieert van Wolda's uitgangspunt, dat door het verschaffen van meer broedgelegenheid (nestkasten) de rol van zangvogels bij de bestrijding van insectenplagen in de bos- en tuinbouw kan worden opgevoerd.

    Wolda was een artistiek en muzikaal begaafd man: hij tekende en schilderde, speelde cello en piano en was een niet onverdienstelijk vogelfotograaf. Zijn kijk op de beoefening van de ornithologie was vooruitstrevend, vernieuwend en voor het eerst sterk mathematisch-oecologische getint, maar was door zijn miskenning van andere dan de door hem aangehangen doeleinden van de ornithologie sterk eenzijdig. Meer nog dan Jac. P. Thijsse was Wolda de tegenstrever van R.C.E.G.J. baron Snouckaert van Schauburg in diens verzet tegen de aangekondigde Vogelwet 1912, waaruit de afscheiding van de Club van Nederlandsche Vogelkundigen van de NOV in 1911 is voortgekomen. Kenmerkend voor Wolda's gedachtenwereld zijn de verhandelingen in De Levende Natuur (1911-1914) over wat hij "de kultuur van in 't veld levende vogels" en later de "akklimatisering" en "deklimatisering" noemde (1923, 1927), voorts zijn beschouwingen over "gemiddelden" en "onnauwkeurige getallen" (Levende Natuur 27 (1923): 312-314) en de periodiciteit en het ritme van geboorten in Amsterdamse gezinnen (1931).

    Veel vogelfoto's van Wolda zijn opgenomen in het boek van W. Tolsma 's-Gravenhage als vogelstad (1929). Deze omstreden vogelbeschermer was een uitgesproken navolger van Wolda's "vogelcultuur".

    Weinig bekend gebleven zijn de door Wolda verzamelde gegevens over de vogelsterfte tijdens de strenge winter van begin 1929, met foto's van opgezette winterslachtoffers in de etalage van de preparateur Willem Engels te Zwolle, waaronder 30 Roerdompen, 25 Blauwe Reigers, 21 Buizerds, 19 Steenuilen, 17 Kerkuilen, 10 IJsvogels (Wandelaar 1, 1929).

    Publicaties

    Zie Brouwer (1954: 217, niet volledig).

    Biografieën

    Altink A. 1988, Jan J. Luden en Heumen, vreemde en gewone vogels in een voormalige heerlijkheid, Europese Bibliotheek, Zaltbommel.

    Brouwer G.A. 1954, Historische gegevens over onze vroegere ornithologen, Ardea 41: 1-226.

    Kluijver H.N. 1967, G. Wolda (1869-1949) veelzijdig begaafde Nederlandse nestkastpionier, het Vogeljaar 15: 433-434.

     

    • Publicaties

    Zie onder Downloads, en voorts:

    Wolda G. 1932, Het akklimatiseeren van vogels, met de resultaten eener vergelijkende anthropologische studie, Natura december nummer 1932.

    Wolda G. 1934, Verslag van het Kievitonderzoek van september 1933 tot mei 1934 van de Nederlandsche Phaenologische Vereeniging, Natura oktober nummer 1934.

    Wolda G. 1935, Koekoekonderzoek 1935, Natura september nummer 1935.

    Wolda G. 1936, Zijn verdediging tegen de Critiek op ’t werk der Phaenologische Vereeniging zoals verwoord door W.H. van Dobben, Natura 35(1): 9-11.